Moes dialect

Een tetje geleen attek op mijnen blog nen oproep gedaun om naur de websaait http://www.mijnwoordenboek.nl/regio/Moes te surfen en daur ons schuun dialect aun te vullen.
Miër en miër minsen moken der mij attent op da die lijst toch nie echt overzichtelijk was en dagge der moeilijk kon in opzoeken.
aunvullink : zemmen ondertussen die lijst wel overzichtelijker gemaukt (waurveur dank)

Kem dus vandaug (20 september) die lijst (795 woordjes en gezegdes) naur deezen blog getransporteerd en wa aungepast.
aunvullink : kem vandaug (28 december 2008) de nief lijst derop gezet


Wa zen de gruute veurdiëlen :

  • Ge keunt in de ganse lijst zoeken
  • en zes gesorteerd vertrekkende vant Moese dialect
  • en geuder keunt die lijst nou veel gemakkelijker binnenhaulen op eudere kompjoeter.

Daur staun uiteraurd nog dinges in die (volgens mij, maur wie benne kik) nie (volledig) juust zen…. kgaun daur mijn opmeirkingen zu rap askan bijzetten, maur geuder moet euder uuk nie inaan en uuk euder op- of aunmerkingen lauten kommen.

We doen dus vurt ! (ge moogt uiteraurd nog altijd da lestjen op die saait aunvullen.. ik zal tein regelmautig daur uuk wel ies gaun zien)

Moese gezegden

dat is zeker a bajoat gij
bejaarde aan tukker
dutje doen afkappen
nu en dan alfantijd
t’is niet waar zeker allei jong
plezant feestje alles uit balven tlicht
over iemand praten als hij juist aankomt as g’ over’n duvel sprikt, ziede zijne steïrt
uw best doen au dievuëren doen
afzien au pere zien
in het zicht blak en bluët
leugens vertellen bloaskes wijsmauken
als het fietszadel te hoog staat boteren
dat raakt mij niet da kan mij nie schillen
nutteloze kosten da zen kosten opt steirefhuis
niet vooruit gaan daffeseert gelijk buûneknuûpen
maandstonden de roë vlag stikt uit
maandstonden de russen zen in parijs
veel eten en toch mager blijven deurjauger
korste weg dik over dun
een mooi gezichtje e schuën totjen
is een ijdele vrouw ee gaat oan eur gat
pittig vrouwtje een biestjen van trekken
er ver naast een koe nevest
hij heeft me een loer gedraaid ei eed in mijn raupen gescheten
hij is aan het opgroeien ei es in de was
het is ne rappen ei gaut er noga e gat vandeur
hij doet of hij van niets weet ei geboard va krommen oas
verre familie famille van ‘t negeste knopsgat
zijn je zaken niet giën affeiren mee emmen
niet baten giën eiêrde oan dijk bringen
onmiddellijk beginnen giën gas lauten over groën
geen geduld hebben giën geduren emmen
de kans niet krijgen giën voetgetij emmen
komaan, wij gaan ervoor gift maur buizze Gérard
gereed voor een plezant feestje hiët en geriëd
hij is vertrokken (zonder signaal) hij is de piest in
diarree hebben hij zit mee den dapperen
zwanger in posiesse zijn
iemand die veel koffie drinkt kaffeebuizze
ik ben weg kzen schippes
kwispelen mee au kodde loteren
ziek zijn mee au tremen omhuëg liggen
slecht bier merrezjiêk
helemaal alleen moedermins alliën
maar kom mor allei gij
een mooie boezem ne fermen vaveuren
heel graag neig geïren
tegen iemand die vlug zweet nen ezel zwiet van t scheiten
nooit van mijn leven nog nie veur nen eigen ekker
niet akkoord zijn oan au gat ja
ocharme toch ogierre merrei
zenuwachtig afwachten op ne wiër zitten
verwaarlozen ou gat oan vaugen
zich van de domme houden ou van peikeren geboaren
doen struikelen puutje lappen
armoedig leven scheiren om toe te kommen
helemaal niet mooi schuën va veiren, mor veir va schuën
in deze tijd sirreworrig
natte voeten hebben snoek emmen
nietsnut strontrauper achtern trein
een buitenkans hebben t gat schuën emmen
in twee verdelen tallevendeur doen
Iemand iets misgunnen Tes au nie gejond
het is waar tes beniesd tes woar
vertrokken met de noorderzon tlanduit de dieven gaun tellen
voldongen feit tschaup es de preut af
deel van de akker dat niet kan omgeploegd worden tutgewente
verzinnen uit au botten slaugen
uit de weg uit mijnen gerlap
zogezegd van niets weten va krommenoas geboaren
zwoel kleedje va veuren open en vanachter nie toe
van niets weten van toeten noch bloazen weten
flauw vallen van zen berreken vallen
het noorden verliezen van zijne post zijn
deze namiddag vanachtenoen
flauw vallen vannau zelven goan
de overkant van de Schelde vanover ‘t wauter
negen kansen op tien vantiennegen
over hamme veur nieks stiënduëd
goed bezig zijn wij gaun nogga ne gang jong
weet je het al witteta
onafscheidelijk ze schijten uit iên gat
maandstonden ze zit mee eur prutsen
in verwachting zijn zes azzu
gaan plassen zijn potatten goan afgieten
niet kunnen zwijgen zijn toot nie kunnen aan
zich ergens goed thuis voelen zit daur gezoên en gebraûn
Ik ga even plassen Zjiëke Merie!
gepast geld uitgeven zoan nor de zak
heel moeilijk zwoaren toebak

Moese woorden

100 bellen 900 bellen
oude vrouw a vra
oude vrijgezellin aa jonge dochter
Oudegem Aagem
ouders aars
stokvis abberdoün
namiddag achtenoen
bijkeuken achteruis
vroedvrouw achterwauras
handvol afel
navelbandje affelschroe
opschieten affeseren
diarree afgank
dutten afkappen
afbreken (koord) afkassen
afnemen (bv deur of kaart) aflangen
lossen afloan
glijbaan afrijzer
afslaan afslaugen
betalen afspetten
rap aga
ruzie maken akketeîn
frisco alaska
soms alfantijd
puber alfwas
al lang allanka
kom nou allei jong
allen allemoal
beide alletwië
ongeveer allevenalf
15 augustus allevoest
zelfs allings
Hamme Am
bejaardentehuis amannekeshuis
ruzie ambras
troep annekesnest
regenjas annerak
advertentie annons
hand ant
appelmoes appeltrut
als as
brutaal aschrant
verzekering asschranse
altijd atijt
gereedschap auëlam
gereedschapskist auëlambak
haak auk
haakje auksken
jouw aunen
aap aup
lelijkaard aupekop
zo azuë
gebouw baa
bouwen baan
banden baan’n
houten balk badden
jazeker bajoat
warmwaterkruik bajot
bijna bakan
afstandbediening baksken van den tellevies
helemaal niet balange nie
snoepje balleken
linoleum balletum
banaan bananne
regencape bash
schokdemper basjok
blaffen bassen
toch niet batendoet
batterij (auto) batterie
brievenbus baüt
smalle weg bauntjen
Baasrode Baustruë
slabbetje bavette
bedrog bedriegtenboer
kus bees
op bedevaart gaan beewegen
drukte begankenis
begonnen begost
toevoegen beidoen
aalemmer beirloet
aalput beirput
septic beïrput
behangen bejangen
bel belle
België Bellegen
telefoneren bellen
bangerik benaaschijter
bang benaat
bangelijk benalijk
rijggaren berrekesgauren
blootvoets berrevoets
beslissing beschiëd
biefstuk beufstik
bloedworst beulink
pens beulink
afbeelding bieleken
communieprentje bieleken
doodsprentje bieleken
strip bielekesboek
slager biënaar
kroonkurk bierschilken
koeien biësten
vlooien biestjes
bieten biët
beitel biëtel
schommel bijs
binnen (tijdspanne) binst
terwijl binst
beetje bitjen
blauw blaat
luik blaffetuur, woaterbloaren
blaar blein
graspleintje bliëk
schoensmeer blink
bladeren bloaren
bloemkool blomkuël
bloem blomme
bloemen blommen
bloemende aardappelen blommers
jutten zak boal
broodpudding boddink
bloemenruiker boekee
bibliotheek boekerij
ruzie boel
wijsheidstanden boktanen
gehaktballetjes bollekes gekapt
gedroogde wijting bonink
windhoos bonnavraa
karnemelk botermellek
laarzen botten
boterham smeren botteram briën
stapschoenen bottienen
auto versleten brak
crossen brakken
armband brangelee
braambessen braumen
brillendoos brillekas
kuiten broan
kuiten broan
brasem broasem
zeveraar broebeleïr
brouwer brour
brood bruët
rtbf brussel frans
rommel bucht
boom buëm
boot buët
burgemeester buirgemiester
borst buist
borstel buistel
borsthaar buistoar
hespenworst buizze
washandje buîzzeken
bekwaam capaubel
kruidenier centra
uitlaat chapment
onderkleed commienezoon
dakgoot cornis
dat da
afstandbediening dvd da ander baksken
dagen daugen
duwen daugen
van jou daunen
ongeveer dauraunomtrent
Dendermonde Deiremonde
dinsdag deistag
achteruit rijden deizen
dorpel delper
van mij demijnen
treuzelen desteren
van jullie deuderen
door deur
hard duwen deurdaugen
van haar deuren
van hem dezijnen
dikwijls dikkes
zweep djek
daar doar
geheel stuk dobbeltuëp
graszode dodden gas
zwoel doef
dokter doktoor
veldmuis dolleken
duister donkeren
van ons donzen
haarknot dot
kinderfietsje dreiwieleveloken
droge worst druuge wuist
dood duëd
doos duës
dorp duirep
dorst duist
van hen dulderen
deuropening durregat
doosje duusken
duizend duuzend
steekwagen duvelken
koppig dweïs
dwarsligger dweïszak
heeft eet
linksom eiêrom
wortelstronk eiësgat
binnenstebuiten eiëveregs
eigenaar eigeneîr
neven en nichten eigenrechtszweir
horizon einder
schakelaar einteruptuir
aarbei eîrebees
arm eirem
onnozelheid eiremendroas
niet veel eiremtierig
haring eirink
mannetjeseend eirper
harten (kaarten) eiteren
akker êkker
instrument (muziek) ekstrement
elf ellef
bliksem emelicht
hebben emmen
eindje endeken
eend ender
ham eps
scheidsrechter erbieter
uiervlees eur
bakkebaarden fabrien
postbode faktuir
map farde
claxonneren fepen
flink ferm
fluisteren fezelen
vork fierket
wc fietrek
wit brood fijne kilo
kussensloop flawijn
aanhankelijk kind fleer
seffens fleus
straks fleus
herstellen fliekeren
bladgordijn flinders
vleermuis florremuis
magere melk fluitjesmellek
fietsvork foesj
kracht fors
spierballen forsballen
jas frak
rem frein
eten fretten
gouden gaan
gas gaas
goud gaat
snijwond gabbe
crocs galosjen
gang gank
garage garaasj
berm gaskant
vleier gatlekker
geeuwen gaupen
gasfornuis gazevier
groot huis gedoen
drieën gedrein
jij gei
geel geîl
garnalen geïrnhaut
gehakt gekapt
spraakzaam geklappig
glas gelas
bedrag geldj
zoals gelijk
vinder gelikzak
vitrinekast geloazekas
glazen geloazen
spatbord gerdeboe
mager spek geregelt
mager spek geregelt
spleet gerre
toast geruusterd bruëd
beschadigd geschalodderd
jullie geuder
gevonden gevonnen
fietsstuur giedong
heel giël
volledig gielegans
vergeefs giën avans
geen enkele gieniënen
doel (voetbal) gol
Grembergen Grembeïren
glimlachen gremelen
groenten groensel
plechtige communie gruëte commune
jaarmarkt gruëte kerremes
met water gooien guësen
confituur gulei
vurige vrouw hiëte zoë
stop hou
juffouw ieffra
constant iëgalleg
voortdurend iëgollig
lies îekenissen
emmer iëmer
hier ier
vroege aardappelen iestelingen
vlijt iêver
ergens ieveranst
ik ikke
naakt in aun bluëten
engel ingel
hengst ingst
wisselgeld inkelgeld
jus (vlees) jeugd
gomsnoepje jiejiep
jaar joar
vrijgezel jonkman
gunnen jonnen
juist justgepast
koude schotel ka pla
koud kaad
boodschappentas kabas
schilderij kader
ijsje kadijs
ijskar kadijskerre
ijsjesverkoper kadijsman
koffie kaffee
lupinen kaffeebuunen
koffiekan kaffeepot
pamper vuil kakdoek
jongste kind kakkenestjen
ijdele vrouw kakmadam
kleuterschool kakschool
zoethout kalissenout
haardos kalot
boekentas kannesjeir
dak kap
stuk kapot
wijnglas kapper
gestel karuur
bloempot kaspo
rubber katsjoe
regenlaarzen katsjoebotten
kattin kattinne
kwaad kauët
kersenboom kazzeleïr
kersen kazzen
duivenmand keef
ketting keetink
kerk keirek
kerkhof keirekof
karper keirper
kaars keîs
hennep kemp
pit kerreken
deukhoed kertoet
kerstboom kesbuëm
raamkozijn kesenne
kaarsje kesken
koolmees kesmieken
kerstmis kestag
kunnen keunen
koningin keuninginne
koning keunink
kippenbil kiekebille
kippenborst kiekebuist
kip kieken
kippen kiekes
omdraaien kiëren
kuiken kiezzeken
sperwer klamper
eerste communie kleine commune
kermis kleine kerremes
baby kleinen
haasten klessen
kaal kletskop
deurkruk klink
lenig klinks
klooster kluuster
jammeren kneuten
enkel (lichaamsdeel) knoesel
kaas koas
kater koater
paardestaart kodde
staart kodde
cowboy koebaue
koe koebiëst
ruiten (kaarten) koekeren
speelplaats koer
bocht koerp
klaproos kolleblomme
boos kolleiërig
babbelzieke vrouw komeer
kamer kommer
roddelen kommeren
boodschappen kommiesses
hiel van de schoen kontrefuër
kokkin kookas
hoofdvlees kop
paar koppel
snoepje korrebal
pook koterauk
pak rammel koterink
neef kozzen
ver versleten kramakkellek
ijsroom kremgelas
waterhoentje krodde
koor kuër
korf kuiref
kruiwagen kuirrewaugen
kort kuirt
koorts kuissen
korst kuist
springtouw kuuredans
touwtje kuureken
kapper kwaufuir
lauw laa
kletsen lameeren
betalen lammeren
staande lamp lampadeir
drinken (veel) lampetten
lang lank
langs lanst
chocoladereep lat sjokelat
afdragertje leddo
roman leesboek
onderhemd lefken
lemmet lemmer
lip lep
lepel leper
lus lets
plezant leutig
bidden lezen
lijnrechter lienekesman
vislijn lijnkodde
dikkopje loebbeken
kikkervisje loebeken
kuren loeten
dommerik loeter
schaduw lommerte
wisselgeld luizegeld
medaille madaulde
elkaar makoar
wisselen mangelen
verbeelding mangenie
jongen manneken
man mannemins
mannen mannevollek
broodje mastelle
paars mauf
gestreept me stripkes
met mee
ochtend meînd
morgen meiren
morgenochtend meirenmeînd
merel meirlaun
maart meirt
meid meisen
melk mellek
mispel meps
wesp meps
merrie merre
knikker merrebol
kookketel merremietpot
markt mert
idioot merteko
onnozelaar merteko
mesthoop messink
molen meulen
muur mier
meer miër
mis mies
leraar miester
regenen (licht) miezeren
katapult mik
meter mit
vliegelarven moakes
malen moalen
masker moembakkes
vermommen (carnaval) moemmeren
Moerzeke Moes
snor moestasj
meisje mokken
nicnac koekjes mokskes
maand mond
maandag mondag
modder moor
meerval mooraurd
mortel muëtel
tongkussen muilen
leugenaar muilentrekker
zuurtje muilentrekker
vogelkooi binnen muit
kalf muiten
veldsla muizenuërekes
meikever mulder
molenaar mulder
mier muur
waterketel muûr
schap nank
naald naulde
een ne
nijdnagel neenaugel
snel neig rap
daarzie nem
knijptang neptang
naast nevest
nieuws nies
nergens nieveranst
naar noar
middag noen
volgende noste
ijzeren bal notter
nu nou
nooit nuët
nooit nuët
nooit meer nuët nemiër
aankleden oakliën
aan oan
passen oantrekken
haas oas
adem oasem
avond oavet
bangerik oazepoeper
hooi
bult oebel
oogst oest
oksaal okzoal
Nederland Olland
nederlandse man ollander
nederlandse vrouw ollandse
aalbessen ollebezen
horloge oloezje
hamer ommer
kapmes ommes
ploegen omrijn
onzin onnuëzeleid
onze-lieve-vrouw ons lievraa
blikopener opendoender
laden oploan
verzenden opsturen
aanaarden opuëgen
bijna ost
auto otto
snelweg ottostrade
je ou
u ou
zich schamen ou zjeneren
nemen pakken
cadeautje paksken
parelhoen pandaar
braadpan panne
pudding pap
pruik pariek
draaizeef pasfiet
pastoor pastuer
gebakje pateeken
paling paulink
volledig naakt pauternaukt
perzik pazze
cichorei peen
schoppen (kaarten) peikeren
peer peir
paard peird
perenboom peireleir
paardemolen peiremeuleken
veearts peïremiester
spiegelei peirenuëg
erg onpasselijk peïreslecht
denken peizen
pekelharing pekeleïrink
bazige vrouw pekelteve
asfalteren pekken
schil (fruit) pelle
aardappel in de schil pellepotatten
fietsen per velorijn
toelating permiesse
regenmantel perremiabel
regenscherm perreplu
rolluik persjen
nochtans pertang
prikken pieken
inspuiting piekuur
batterijen pielen
zaklantaarn piellamp
zuil pielleïr
zaklantaarn piellicht
regenworm pier
tafelkegelspel pierbert
luier piesdoek
pamper piesdoek
paardebloem pieseblom
plassen piesen
nachtemmer piespot
urinoir piessing
vlinder pietmerremot
kleine zeis pik
poot pikkel
prinsessenboon pinbuun
knipperen pinken
knipperlichten pinkers
wimpers pinkers
houweel pios
peter pit
voetpad plansjier
ijswafel platten
lekke band platten tuup
salon plauts
stukadoor plekker
narcis poasblomme
prei poerei
aalschep poezze
politie pollies
peperkoek pomkoek
peperkoek pongkoek
priester Poppe Popken
politiek poppekas
palingvissen poren
portefeuille portefoel
foto portret
fotograaf portrettentrêkker
handvol pose
pruik postiesj
houding postuur
beeldje postuurken
chocolade figuren postuurkes
aardappel potat
aardappelloof potattekruid
aardappelkistje potattenbak
aardappelzetmeel potattenblom
aardappelmesje potattenscheller
onderzetter potberreken
potlood potluut
koprol potrijs
poedelnaakt pottenaukt
homo potter
gevaarlijk preikeleus
drukknopsluiting pressiong
stopcontact pries
kikker puit
duimspijker puneis
vrek punne
schrikkeldraad punnekesdroad
vijver put
poort puurt
poot puut
rasp raps
raap raup
aangenaam reaal
rib rebbe
ribben rebbern
rabarber rebeirber
recht door rechtendeur
weigeren refeseren
hark reîk
rammelaar (mannelijk konijn) reir
plezant rejaal
elastiek rekker
receptie resepse
parfum reuk
eventjes rezzekes
ruiken rieken
spaak rieong
schoenveter rijkurre
ruïneren rinneweren
glijbaan ritser
rode kool roë kuël
rood roëd
roodbaars roëdboars
rood roêt
bromvlieg ronker
seringen ruëzemienen
roos ruus
ruzie ruus
in de namiddag ’s achtenoens
’s namiddags sachtenoens
sla sallaue
breiwol sauë
s’avonds sauves
savooikool savoë
schouw schaa
schouder schaar
nekvel schabbernak
missen schapperen
lelijk schau
vreemd schau
schaamhaar schaumoar
schaap schaup
deksel scheel
schaar scheïr
krabben scheiren
hooizolder schelf
snede schelle
sneetje schelleken
schillen schellen
wulloks scherregossen
geelgroen schetkleur
scheef schiëf
schuin schiëf
ruzie schiezzema
diarree schijterij
ruzie schizzema
schudden schodderen
bedelaar schoeër
gulzigaard schoefel
schrokop schoefel
schaatsen schofferdeîn
schorseneren schorsnelen
autokeuring schouwink
vieruurtje schover
kolenas schramoelde
bleiter schriëtoot
schrift schrijfboek
mooi schuën
lade schuif
fluitje schuiffeleir
fluiten schuiffelen
glijden schuiven
geld seenen
serre seïr
kapsones serrefietuuten
verlegen meisje seut
Sint-Niklaas Sienekloas
libel sientemerten
sint-maarten sientemerten
tintelen (tenen bijvoorbeed) singelen
handtas sjakos
deurlijst sjambrang
gelukzak sjansjuir
buggy sjaret
spoeling wc sjas
sabel sjaufel
kauwgom sjiek
kauwen sjieken
auto mooi sjieken bak
pruimtabak sjiektoebak
soep sjoep
chocolademousse sjokelamoes
chocolade sjokelat
chocolade eieren sjokelateiren
hespenworst sjoo
korte kous sjozjetten
goeiedag sjuir
slaapkamer slaupkommer
slaapwel slauppel
pannenkoek slemper
sleutel sleuter
glad slidderachtig
melkpudding slijtpap
teerfeest smeirfiêst
pak rammel smeirink
’s morgens smens
gooien smijten
tronie smoele
koekkruimels smuis
s’nachts snachs
sexy slipje snelzjiëker
sneeuw snië
sneeuwman sniëman
’s middags snoens
dobber solle
salami sossis
spade spauë
onpasselijk spaugachtig
maïs spaunse terre
spar speir
speculaas spiekeloas
spatlap spietlap
spin spinnekop
spinneweb spinnekoppenet
spinazie spinuizze
badhanddoek sponsantoek
spreeuw sprië
stoel onderdeel spuirt
sprinten spuirten
spuwen spukken
paal stauk
paaltje stauksken
station stausse
verdieping stauze
moeilijk steeg
stekelbaars stekebabbeken
doornen stekers
lucifer steksken
kruisbessen stikkelbezen
aan flarden stikkenvaniën
stukje stiksken
afrikaantjes (bloemen) stinkerkes
aardappelpuree stoemp
kachel stoof
kurk stopsel
vergiet stramijn
straat straut
steegje strautjen
straat stroat
plassen stroelen
geelbruin strontkleur
stro strue
containerpark stuirt
doopsuiker suikerbollekes
deken suizze
bijgeloof superstiesse
tijdens swenst
terwijl swenst
het ‘t
het nieuws ‘t nies
tanden taanen
in het midden talleven
eetbord talluuër
bord (eten) talluur
bordje talluurken
tandarts tantiest
tafel tauffel
dit tees
verschillende tefrente
faïence tegelkes
vervelen tegensteken
postzegel teimber
dan teïn
bericht geven teinink geven
dobbelsteen teirlink
telefoon tellefon
televisie tellevies
beurre meunier temperken
Temse Temst
onnozelaar teppen
tarwe terre
kookpot test
fopspeen teu
gras afrijden tgas afrein
speels meisje tiek
computer tiepmasjien
aarden tieren
rits tieret
tortelduif tietelduif
brandnetel tingel
kiosk tjouter
ijshorentje toep
pruik toepet
schroevendraaier toernavies
taart toert
veiligheidsspeld toespelle
broodbeleg toespijs
Onderzetter op tafel Toffelberreke
zolder topperste
terugtraprem torpedo
tot als totas
tot dan toteïn
tot hier totier
tot aan totoan
tot daar totoar
huwen traan
plagen treïten
dobbelspel tretsen
dommerik troeten
step tronttinet
reuma tsiatiek
wc tuisken
bobijn tuit
rechts tukweg
rechtsom tukweg
nikes turnsloefen
fopspeen tuuter
twaalf twaulef
twintig twunteg
naaldhakken uëg ielekes
hengsel uër
gierigaard uirk
jeuk uksel
oog uüg
oor uür
huurwoning uuruis
deze avond vanauvet
bewusteloos vanauzelleven
vandaag vandaug
deze morgen vandemeind
natuurlijk vaneigen
uiteraard vaneigest
trui vareus
vers vas
vader vaudder
smeerlap vaujoe
boezem vaveuren
vooraan vaveuren
weer vedrom
menigte veel vollek
veerboot veïrbuët
varken veirreken
vaars veïs
bontmantel velle frak
fiets velo
fietspad veloboan
verzachten verbuëmen
rode wormpjes verdevaas
verminkt vermassakreert
verprutsen vermuësen
verhaal veroal
irriteren veroaren
gekreukt verrompeld
verschillende verschei
verwelken verslunsen
verdrinken versmuëren
verhaaltje vertellinksken
verversen vervassen
uitschelden verwijten
vest vestong
voor veur
vooral veural
vorig veurig
vorig veurige
schort veurschuët
vogelkooi buiten vleug
hor vliegeraum
sneetje flinterdun vliemeken
villen vloan
vlaaien vloan
vlooien vloën
vaas voas
rommelmarkt voddemert
volgens volgest
menigte vollek
groef voor
auto groot votuur
kinderwagen votuur
vrouw vramins
vrouwen vravollek
gevoelloos vuës
vuilniswagen vuilkerre
voordeur vurredeur
wat voor een wa veur
walvis wallevis
wasknijper wasspelle
water wauter
aarden veldweg wegelken
haag weir
warm weirem
haagschaar weïrscheïr
houten grendel werrel
wetgeving wet
gelaat wezen
gezicht wezen
weide wië
weeskind wiës
wees wiës
wit wiet
witte kool wiete kuël
bechamelsaus wietesaus
witloof wietluëf
wilgentenen wijmen
weeral wira
wolk wollek
wortel wuittel
woensdag wunsttag
zagen zaugen
zeuren zaugen
zerk zeirek
sintels (steenkool) zendelen
goot zep
maagzuur zeu
valsspelen zeuren
touw zîel
zilver ziellever
zeemvel ziëmelap
zeehond ziëond
zeep ziëp
zeester ziësterre
onzin ziëver
jaloezie zjaloezegeiterij
politie zjanderemen
bazige vrouw zjanderm
jenever zjaneuvel
anjer zjanoffel
velg zjant
tas zjat
Ik ga even plassen zjiëke Merie
plassen zjiëken
niet onwaarschijnlijk acht zo kunn
zaal zoal
zadel zoal
gaar zocht
koken zoën
moedermelk zog
zomer zommer
drassig zompig
pekelpot zompot
op zoek naar zukt
zon zunne
zonnebloem zunneblomme
zwaluw zwaulem
zwart zwert

17 Reacties

  1. tvietrek = WC

  2. lemmer = handvat van een mes

    (maur kben nie echt zeker)

  3. @ Ameson :
    tvietrek stautter wel al tussen weliswaur as fietrek geschreven….. maur gij zijt allesins bedankt zenne
    kzal mee lemmer nog wa wachten tottak bevestigink krijg van den niënen of nanderen

  4. slecht gewerkt hebben – de petsen beschijten of een scheet in een fles.

    maurizzio verwees uuk naur topperste, maur da stauter al tussen

  5. jonnen = gunnen + tes au nie gejond

  6. Ik peis dat de pets bescheiten = ei eet om ziëp golpen

  7. ‘t schoap es de preut af = er is niets meer aan te doen

  8. pietvogel= kastels veur vlinder
    pietmerremot= moesens veur vlinder

    nog e gezegde:

    een biestje van trekken = een pittig vrouwtje

  9. goe gedoan zenne.
    Azuu lieren oons kinderen uuk nog wa van da moes (kastels).
    die zijn da allemoal bakaanst vergeten die spreken mier deiremoonds omdat die doan noar ‘t school goan.

    Ik ham de link a deurgegeven se, noar d’ eksoames keune ze moar nekier wa moes en/of kastels goan lieren zenne !!!

    • hi Joris,

      ik be Jef (Jozef) Verhelst en woon momenteel in Boynton Beach , Florida USA.
      Ben oorspronkelijk van Kruibeke en mijn dochter erin die in Richmond Virginia USA woont is met een stamboom bezig van de Verhelst.
      We weten zeker dat onze familie van “Moes Castel” komt want mijn broer (70 jaar oud), ging met mijn vader zijn nonkel Nonkel Ward (Eduard) naar moes castel met de fiets om te gaan werken bij Constant (Stien) Verhelst zijn vader of broer.

      Aub sent me een email en mischien kunnen we in 1700 en 1800 geraken.

      Bekijk alvast mijn website van mijn firma in Florida

      http://www.southlandpaintingcorp.com

      Bedankt

      jef v

  10. ne platte muitn = een pasgeboren kalf

  11. kem nog ientje veur bij ou gezegden, kweet nie of da ta der a tusse stoat.
    dus ge kun zien é

    Tes hert zee bert en hij scheet kein
    dit wil zeggen
    een moeilijke stoelgang emme

  12. ede tijbok (of oe da get uuk schrijft) der a bij gezet?

  13. klig ier plat van tlachen – ne platte mutten en zu… miljeir zeg, da es gewoen gaad weird!

  14. nen dwaazen a’e vent : nen djiekn

  15. een snede hespeworst betallen bij de slager die nie te dik gesneden is…
    bienäar,, n schelle buzzevlees nié te dik gesneën

    mooie meisjes…
    hiete sgelles x djippenas marlies !

  16. Ne kadijs ni te vergete e, een ijsje of de kadijskarre gaat passeere ;)

    Noot van den Do : da stoatter dus wel al tussen hé

Reageer