Kennismaking met Moerzeke, parel aan de Schelde.

(in ons arsjieven-thuis :lol: vonnek onderstaunden tekst, waurschijnlek saumengesteld kuirt na de fuuse mee Am – 1976 – deur Werner Laget van het toenmalige VVV Moerzeke.
tGaut in feite over een wandelink deur ons duirpken en bevat tal van wetenswaurdigheden over Moes die we zeker nie mogen lauten verloren gaun.
Ik peis nie da Werner het mij kwaulijk nimt dannek zijnen tekst hier zet, moest da toch het geval zijn….. tein gift hij mij maur een seintje en tein verdwent tjier)

Waarom Moerzeke als doel van een toeristische wandeltocht genomen ?

Omdat in dit rustig, landelijk dorp gelegen in een bocht van de Schelde, de mens van deze tijd nog de kalmte en rust kan vinden die steeds zeldzamer worden in onze meer en meer geïndustrialiseerde wereld.

De vroegere gemeente Moerzeke werd door de fusie opgenomen bij de gemeente Hamme, waardoor men uiteraard voor heel wat aangelegenheden een reisje van ongeveer 3 kilometer dient te maken naar het administratief centrum.

Met haar oppervlakte van 1675 hectare ligt de deelgemeente Moerzeke op de linkeroever van de Schelde, die hier een groote bocht beschrijft en met 15 kilometer omringt. Door deze afgezonderde ligging en mede door het feit dat het grootste gedeelte hier aanslibbingsgronden zijn die op regelmatige tijdstippen door het wassende water werden overspoeld, groeide de bevolking slechts langzaam aan. Van 790 ‘kommunikanten in 1643 (de enige bronnen van informatie waren de parochieregisters) over 1500 in 1763 tot het huidige getal van ongeveer 4600 inwoners, is er slechts de laatste eeuwen een merkelijke vooruitgang wat de bevolkingsgroei betreft. Voordien was deze onderhevig aan schommelingen ten gevolge van epidemiën, overstromingen en hongersnood.

De 100 meter brede Scheldestroom scheidt de deelgemeente van de gemeenten Weert, Bornem, Mariekerke, Sint-Amands en Buggenhout. Ook Baasrode met Vlassenbroek liggen aan de overkant terwijl Grembergen slechts door een waterloop ‘de Vliet’ gescheiden is. Van de 22 kilometer omtrek van de vroegere gemeente Moerzeke, werden er 20,7 kilometer gevormd door water.

De bodem bestaat voor het grootste gedeelte uit polders gevormd door aanslibbing van de Schelde. Deze landen maakten vroeger deel uit van de stroombedding doch door het aanvoeren van steeds meer slib werden ze omgevormd tot moerassen. Later werden ze door indijkingen aan de getijdenwerking onttrokken. Het niveau bevindt zich over het algemeen op ongeveer één meter onder de zeespiegel, uitzondering echter voor het dorpscentrum en het noord-westen der gemeente waar men van 2 tot 5,3 meter hoogte noteert, evenals het centrum van Kastel dat gelegen is op een hoogte van 2 tot 4 meter. Door die ligging moesten onze voorouders uiteraard regelmatig de strijd aanbinden tegen het natuurelement : water. Nu nog moeten de dijken regelmatig versterkt, verhoogd en goed onderhouden worden om dijkdoorbraken te vermijden.

Wat de naam Moerzeke betreft, werd deze niet altijd geschreven zoals nu. In de latijnse oorkonden leest men in 1125 Mueka en in 1156 Murceka. In de volksmond geldt algemeen de uitspraak Moes of Moessche. Deze laatste vorm komt reeds voor op een kaart van Mercator op het einde van de 16de eeuw.

De toponymisten zijn het er blijkbaar over eens dat Moerzeke, in 1072 Murceke geschreven, niet voort komt van moer of moeras, maar wel van het gallo-romeinse ‘Mauriciacum’ dat betekent ‘goed of villa van Mauriscius’. Op een oude kaart van Moerzeke vindt men nog de naam Upsteensele terug, wat wijst op een oude bouwplaats. Daar werd destijds een oude boomput gevonden, evenals dakpannen en ‘tegulas’.

De deelgemeente bestaat uit twee wel onderscheiden woonkernen, het centrum en Kastel. Beiden liggen ongeveer 2 kilometer van elkaar verwijderd, doch vormen als geheel een nog volledig landelijk dorp dat stevig vasthoudt aan de oude tradities en geplogenheden. Mede door de slechte verbindingen haddende inwoners vroeger weinig contact met de omliggende gemeenten. De overkant van de Schelde was slechts met een veerboot te bereiken. In 1910 werd een tramlijn naar Hamme aangelegd en nadien door een autobus vervangen. Meestal was men echter op eigen vervoer aangewezen, veelal was men echter op eigen ‘benen’ aangewezen.

Als men in Moerzeke van ‘de stad’ spreekt, bedoelt men Dendermonde. Minder belangrijk voor de inwoners zijn nochtans ook Hamme en Sint-Niklaas. De Schelde vormt een grote hinderpaal met de overzijde van de stroom. Daardoor ook vindt men in de gemeente praktisch geen industrievestigingen, slechts twee metaalconstructiewerkhuizen. Door de teloorgang van de landbouw werd overgeschakeld op de teelt van groenten, vooral onder glas. Voor het ogenblik zijn er ongeveer 15 hectaren serres, meestal geconcentreerd te Kastel. De ‘Moesse petatten’ zijn in heel de streek bekend omdat zij steeds van de eerste en beste kwaliteit zijn.

Buiten deze bedrijfstakken vindt men er één van de aangenaamste recreatieoorden van het Dendermondse. Zo is het 54 hectare groot domein ‘De Roggeman’, een oude Schelde-arm, een paradijs voor hengelaars en wandelaars. Met zijn polders en dijken bezit Moerzeke inderdaad een schat aan natuurschoon en de hiermee gepaard gaande rust, die tot nog toe geen massa toeristen lokt.

Geschiedenis

De ‘heerlijckheid Moerzeke’ treedt de geschiedenis binnen van de 12de eeuw af met de namen Albrecht(1125), Gilles(1127), Zeger, Margareta Walter en Hergot van Moerzeke (1276). Zij stonden hoog in aanzien bij de bevolking en bekleedden allerlei ambten. De heerlijkheid teldein die tijd 45 achterlenen. Er zetelden in Moerzeke 2 schepenbanken. Voor het hoog gelegen gedeelte der gemeente geldt de ‘Wet van den Hoge’, geleid door een baljuw en 7 schepenen. Voor het poldergedeelte waren schouten verantwoordelijk en telde de ‘Wet van den Broecke’. Men sprak recht aangaande landbouw en eigendom, en bepaalde straffen voor misdaden en overtredingen. De vierschaar was in het midden der 13de eeuw gevestigd in afspanning ‘De Kat’. Vanwege zijn afgelegen ligging kende Moerzeke in vroegere tijden niet al te veel miserie vanwege bezettingen en oorlogsgeweld. Nochthans willen we toch de belangrijkste feiten uit de geschiedenis vermelden. Het oudste heeft betrekking op het feit dat de Gentenaren, in oorlog met Maximiliaan van Oostenrijk, in 1488 de omstreken van Dendermonde onveilig maakten en de bevolking van Moerzeke zozeer de schrik op het lijf joegen, dat ze hun kostbaarste bezit naar het versterkte Dendermonde overbrachten. Gelukkig maar, want de Gentenaars en Fransen plunderden de gemeente, verwoesten het kasteel en staken het in brand. Onder de oorlogen van Lodewijk de veertiende waren hier troepen gelegerd, die door de gemeente dienden onderhouden te worden. De bevolking verzette zich ook heftig tegen de beslissingen van Jozef de tweede, dit was de opstand der ‘patriotten’. De boerenkrijg vond ook veel aanhangers in deze streek. Het gemeentehuis, waar de verklikkers van het volk nestelden (en maatregelen tegen de bevolking beraadden) werd verwoest evenals de woning van de ‘agent municipal’.

Na deze geografische en geschiedkundige gegevens over Moerzeke kunnen we de gemeente niet beter leren kennen dan door een tocht door de gemeente zelf.

Wandeling

Als uitgangspunt van onze wandeling nemen we het Dorpsplein in het centrum van Moerzeke. Dit driehoekig, met mooie linden beplant plein, is naar alle waarschijnlijkheid van Frankische oorsprong; het biedt voldoende parkeergelegenheid.

Vroeger stond op het kleine driehoekige plein, ongeveer rechtover de huidige pastorie, een klein gebouwtje dat de pui van de heerlijkheid schijnt geweest te zijn. Staande op de weg die dwars over het Dorpsplein loopt heeft men, in zuidelijke richting kijkend, een mooi gezicht op de gevel van de parochiekerk, toegewijd aan Sint-Martinus. Boven de klassicistische monumentale voorgevel, steekt de 46 meter hoge renaissancetoren boven het zadeldak uit. De voorgevel werd in 1943 geklasseerd door ‘de Koninklijke commissie van monumenten en landschappen’. Oorspronkelijk stond op de plaats van de huidige kerk een zaalkerkje. Zoals uit opgravingen is gebleken werd dit eerste kerkje dan vergroot en opgenomen in de hoofdbeuk van een grotere kruiskerk. Naar de vormen van het grondplan te oordelen, zou men die vernieuwde kerk kunnen situeren omstreeks het einde van de 12de eeuw of begin der 13de eeuw.

Moerzeke, de kerk

Moerzeke, de kerk

Aldus groeide de verbouwing uit tot een zeldzame éénbeukige Romaanse kruiskerk. Meer voorkomend waren toen de driebeukige kruiskerken. Meerdere verbouwingswerken werden nadien uitgevoerd en eveneens werd de oude Romaans-Gotische toren in 1740 vervangen door de huidige renaissancetoren. De kerk stond toen te midden van een ruim kerkhof. Dit blijkt uit het oude plan van 1760 en uit de graafwerken die nadien nog werden uitgevoerd rond de kerk. De woningen van de Sint-Baafswijk tussen het gemeentehuis en het kerkhof werden gebouwd op een deel van het oude kerkhof. De lage kerkhofmuur reikte tot op de plaats waar nu de kiosk staat op het kerkplein.

Waar de huidige kerk in de richting zuid-noord gebouwd is, waren de vorige kerkgebouwen echter in de richting oost-west. Achter de kerk, op het oud kerkhof, kan men het graf zien waar priester Poppe eerst begraven werd; in 1962 werd zijn stoffelijk overschot ontgraven en overgebracht naar de nieuwe grafkapel, de Pius X-kapel, in de omgeving van het retraitehuis.

Moerzeke, Pius X-kapel

Moerzeke, Pius X-kapel

Verlaten we nu de dorpskom in de richting van Kastel. In de hoek van het plein hebben we recht voor ons de ingang tot de hovingen van het vroegere kasteel, waar zich de Pius X-kapel bevindt. Dit, in moderne stijl opgetrokken gebouw, is de laatste rustplaats van Priester Poppe, waarvan te Rome het proces tot zaligverklaring aan de gang is. (dit zou uiteindelijk gebeuren op 3 oktober 1999 door de toenmalige paus Johannes-Paulus II)

Wie was die priester Poppe ? Geboren op 18 december 1890 als zoon van een bakker uit Temse, werd Edward nadat hij priester gewijd werd, onderpastoor op Sint-Coleta te Gent. Vanwege zijn ziekelijke toestand werd hij met rust gesteld te Moerzeke, wat hem nochtans niet belette een grote geestelijke aktiviteit aan de dag te leggen als rector van het klooster. Hij stierf er op 10 juni 1924 in geur van heiligheid. Na zijn dood werden zijn graf, evenals het klooster, waar hij enkele jaren verbleef en dat ondertussen het moederklooster is geworden van de congregatie zusters van de Heilige Vincentius a Paulo, ware bedevaartsoorden.
Naar priester Poppe werd de straat genoemd die Edward Poppe zo dikwijls heeft bewandeld, ter bedevaart naar het Schipperskapelleke buiten de dorpskom.

Moerzeke, Schipperskapel

Moerzeke, Schipperskapel

De legende van de Schipperskapel verhaalt dat eertijds, toen de Schelde wegens dijkbreuken het omliggende land voor de zoveelste maal had overspoeld, schippers een beeldje van Onze-Lieve-Vrouw op het water zagen drijven. In de nabijheid van een hogergelegen terrein, gelegen tussen de gemeente Hamme, Grembergen en Moerzeke werd het beeld opgevist en overgebracht naar de kerk van deze laatste gemeente. De volgende dag was het echter verdwenen en bevond het beeld zich op de plaats waar het gevonden was. Tot drie maal toe werd het aldus naar de parochiekerk gedragen, doch telkens opnieuw vond men het ’s anderendaags terug op de eerste vindplaats, wat er volgens de gelovige mensen op wees dat Maria wel degelijk verlangde daar te worden vereerd. Daarom werd op die plaats, op een twintigtal minuten gaans van het dorp, het schipperskapelleke gebouwd, midden de velden enigszins hoger gelegen dan het omringende land en omkaderd door drie lindebomen. Heden ten dage is het nog steeds een volksgeliefd bedevaartsoord voor mensen uit de omgeving.

Verlaten we nu het domein van de grafkapel langs dezelfde weg, doch nemen we juist buiten het hek van het park de weg links. Na enkele tientallen meters zien we voor ons het retraitenhuis. Op deze plaats stond vroeger het historische kasteel van Moerzeke, geheel met grachten en wallen omgeven. Het was een imposant gebouw met drie trapgevels, en een kleine vierkante toren met vierhoekige spits. Met een ronde toren en een zware poort was de ingang van het kasteel versterkt. Het domein was de eigendom van de Heren van Moerzeke. In 1488 verwoestten de Gentenaars het kasteel dat nadien hersteld werd. In het jaar 1596 zochten enige paters Capucijnen er verblijf, die na de godsdiensttroebelen weer bijeengekomen waren, op zoek naar een geschikte plaats voor een klooster. Volgens Sanderus liet Karel van der Borgh, die hier in de eerste helft van de 17de eeuw verbleef, het kasteel heropbouwen. In 1755 kocht de heer Emmanuel Augustijn van der Meersch het kasteel, liet het geheel vernieuwen en veranderen naar eigen smaak, waarbij eveneens nieuwe wallen werden gegraven. Tevens was hij de schenker van de monumentale voorgevel van de huidige kerk. In het driehoekig fronton boven de toegangsdeur prijkt trouwens het wapenschild : Van der Meersch-Van Olmen. Nadien kwam het domein in het bezit van burggraaf Karel de Nieulant et de Pottelsberhe, burgemeester der gemeente in 1804. De burggravinnen Sofie, Adelaïde en Emmerance de Nieulant kochten in 1856 dicht bij de molen, een huis, lieten het afbreken om er een nieuw te bouwen (huidig klooster). In 1857 stichtten enkele zusters uit Wichelen er een leer- en kantschool.

Als laatste adelijke bewoner van het kasteel kregen we baron Gontran de Crombrugghe de Looringhe – de Neve de Roden, neef van burggraaf Armand de Nieulant en Mathilde van den Berghe. Na de dood van baron de Crombrugghe werd het kasteel in 1935 verkocht aan de zusters van Sint-Vincentius à Paulo, die er in 1936 een retraitehuis inrichten.

Keren we langs dezelfde weg terug tot aan de dorpsplaat en slaan we links de Kasteelstraat in, richting Kastel. Juist buiten de huizen gekomen zien we links van de weg het retraitehuis opnieuw tussen het geboomte van het grote park van acht hectare, omringd door een wal, met aan de buitenzijde een rij lindebomen. Recht voor ons zien we in de verte de toren van de parochie Kastel. In de verte aan onze rechterzijde de gebouwen der oude olieslagerij aan de Kille. De achterzijde van de hof van het retraitehuis is een hele verzameling van mooie park- en laanbomen, waarvan de kruinen zich spiegelen in het water Een eindje verder krijgen we een bloementeeltbedrijf te zien waar men rozen onder glas kweekt. Mits aanvraag mag men het bedrijf bezoeken. Via een betonnen brugje gaan we nu de dijk op, om die in rechtse richting te volgen. Van hier af hebben we een prachtig zicht over de polders. Links ziet men, zover het oog rijkt, een vruchtbaren in kleien percelen ingedeelde vlakte die destijds op de Schelde veroverd werd. Hier krijgt men het werkelijke gelaat van Moerzeke te zien. Daar de stroom rond de gemeente een grote bocht beschrijft en de sterkste uitschuring van het water zich steeds aan de buitenzijde van de bocht bevindt, slibde de binnenzijde van de bocht steeds aan waardoor er langzamerhand een moeras ontstond. Door de moniniken van de Sint-Bernardsabdij van Kastel werden de eerste indijkingen verricht, nagevolgd door de Heren der gemeente samen met de inwoners, die er vruchtbare weiden en akeers van maakten. Gewijde, graaf van Vlaanderen, schonk ten jare 1245 en “schor” aan de monniken van Kastel, opdat dezen het zouden droogleggen. Aldus werden alle schorren en slibben die konden veroverd worden op het water, ingedijkt en dienstbaar gemaakt aan de bevolking.

Alhoewel de lagergelegen gronden, die nauwelijks iets hoger lagen of zelfs op gelijke hoogte met het rivierpijl, door stevige dijken waren beschermd, gebeurde het toch meermaals dat bij hevige storm de dijken doorbraken en het omringende land onder water kwam te staan. Zulks is te Moerzeke meermalen voorgekomen. De oudst gekende en vermelde overstroming is deze van 1375, waardoor ruim 19 bunder land en weiden werden overspoeld. Andere dijkbreuken kwamen voor in de tweede helft van de zestiende eeuw. Andere data zijn vermeld : 1714, 1750, 1763, 1808, 1820, 1824. In de huidige eeuw noteren we nog drie grote overstromingen door dijkbreuken, namelijk in 1906, 1928 en 1930.(aangezien hier niet gesproken wordt over de overstroming van 1976 is het duidelijk dat deze tekst van voor deze datum dateert)De ouden van dagen kunnen hier nog veel vertellen over de rampen die hen troffen. Bij de ramp in 1906 werden drie bressen in de dijk geslagen. Al de kinderen van het dorp werden naar andere oorden overgebracht, onder andere Waasmunster. In 1928 werd in de bres in de dijk, een schip geladen met cement, gezonken om de opening van 120 meter te kunnen dichten. Steeeds weer moesten de inwoners op hun hoede zijn voor het water, hun grootste vijand. De laatste jaren werden de Scheldedijken merkelijk versterkt en op sommige plaatsen verhoogd en verbreed

De dijk waarop we wandelen is, evenals de meeste andere, beplant met canadapopulieren en slingert naar links en rechts naar verscheidene visvijvers, waarin eenden en waterhoentjes een veilig onderkomen vinden. Sommige van deze putten werden gegraven om de dijken aan te leggen. Na een paar kronkels staat men plotseling voor eeb afsluiting, waarachter een dijk die door dieren wordt afgegraasd. Desnoods de afsluiting openen en terug sluiten. Links en rechts treft men hier lage weiden en landerijen, doorsneden door vele waterlopen.

Patrijzen en fazanten ziet en hoort men hier uit alle kanten. Met een beetje geluk hoort men hier ook de karkiet roepen, verscholen in het riet. Op het einde van deze dijk, met links een nieuwe waterpartij, bemerkt men in de verte de kerktoren van Mariekerke die duidelijk boven de bomen uitsteekt. Tevens hoort men het geronk van de scheepsmotoren in de verte, wat wijst op de nabijheid van de Schelde. We komennu op de grote binnendijk die we in linkse richting opgaan. Op een gedenkplaat geplaatste aan een doorgang (500 meter verder) van deze dijk kan men volgende tekst lezen : “Koning Albertdijk, opgericht ter vrijwaring van de gemeenten Hamme, Moerzeke en Grembergen met de medewerking van staat en provincie. Ingehuldigd op 30 oogst 1931 door de Hr. Van Caenegeghem, minister van openbare werken“.

Rechts treft men een fruitaanplanting aan, waarna opnieuw visputten links en rechts van de dijk. Honderd meter verder slaan we rechts af boven op een andere dijk die we nu volgen tot aan het pompstation, gelegen aan de voet van de Scheldedijk, met een oppervlakte van ongeveer 2 hectare. Het pompgemaal werd in werking gesteld op 1 januari 1972. (een pleisterplaats voor de vissers). Vervolgen we nu onze tocht bovenop de Scheldedijk in linkse richting. In het begin wordt het zicht op de stroom belemmerd door wilgenbossen, doch een paar honderd meter verder krijgen we een machtig gezicht op de hier circa honderd meter brede stroom, met aan de overzijde Klein-Brabant. Hier en daar langs de rivier liggen binnenschepen in een kil te wachten op een koper of een sloper. Aan de zijde van de stroom op de dijkhelling staat een hele rij notelaars. Aan de landzijde groeien grote groepen groot hoefblad en benedendijks prijken de kleurige bloemen van het karig wilgenroosje en leverkruid, omkaderd door wilgen- en populierenbosjes. Over een sluis die de Schelde met de wateringen van de polders verbindt, gaan we verder tot voorbij een mooi zomerhuisje juist beneden de dijk. We dalen hier de helling af en nemen de weg die haaks op de dijk uitloopt en gaan de polders in. Overal treffen we nu weekendhuisjs aan, zowel links als rechts van de weg, meestal met een kleine vijver erbij. De grond die vrijkwam bij het graven van de waterplas werd over de laaggelegen, turfachtige bodem opengspreid om deze op te hogen. Geheel deze polder werd door het gewestplan voorbestemd als recreatiezone.

Op het einde van deze rechte weg bereiken we opnieuw de binnendijk, die we rechts volgen om hem een eind verder te dwarsen door de opening, waar men in geval van overstroming, de schotbalken kan tussen plaatsen om het water tegen te houden. Voorbij het kapelleke toegewijd aan de Heilige Rita, komen we in de Bootdijkstraat die we links inslaan. Deze oude straat ligt enigszins verheven boven het omringende landschap en daardoor aan beide zijden goed bebouwd; het was de eerste indijking en tevens de eerste verbinding van Moerzeke met Hamme.

Na een paar bochten komen we aan het “Toreken“, één der oudste gebouwen van Moerzeke. Gebouwd in baksteen met zandsteen maakte het onderdeel uit van het kasteel “Boonpot” met zijn  omwalling, waarvan ook nog de oude toegangspoort bestaat. De toren is al in 1956 als monument geklasseerd en dateert uit het Spaanse tijdvak (15de eeuw), het is vroeger een “hof van plaisance” geweest. Dank zij burgemeester Gilbert Lemmens, de huidige bewoner, is het goed onderhouden.

Een weinig verder zien we rechts een kleine vijver aan het “Hof ter Wiele” waar juist voorbij de waterplas een arduinen kruis geplaatst is met de vermelding : “In ‘t jaar 1786 den 6 Januarij is hier verongelukt Martinus Van Bogaert, jongman, Fs. Ludovic, oud 21 jaeren. Bid voor de ziele“.

Deze jongeling wou ’s winters over de toegevroren vijver gaan, komende van het “scheerhuis”. Ongelukkiglijk schoot hij door een “kolom”, een wak in het ijs, en verdronk.

Een eindje verder zien we aan onze rechterzijde het Tolhuis (ondertussen reeds volledig verdwenen) waar in vroegere tijden tolgelden werden geheven. Dit gebouw opgetrokken in 1589, zoals blijkt uit de muurankers, staat langs het tracé van de eerste indijking, de weg die Hamme met Moerzeke verbindt langs de Boonpot.

Daar voorbij zien we een grintweg. We nemen die niet maar slaan een tiental meter verder een kleine, smalle weg links, juist in de bocht van de straat in. Zo komen we opnieuw op een dijk terecht. Van zodra men de huisjes voorbij is, zien we in de verte rechts tussen de bomen het Spaans Hof, een gedeeltelijk vervallen pachthof. Gebouwd in de nabijheid van het kasteel, voor één van de kinderen van de Heren van Moerzeke, staat het op de grond bekend als de “vrouwenakker”. In 1488 toen het kasteel echter door de Gentenaars werd verwoest, bleef dit gebouw gespaard.

Wandelen we een honderdtal meter op de dijk, dan nemen we een veldweg rechts die leidt tot aan de poort van de achterijde van het retraitehuis, waar we links de wal volgen om terug te komen op de betonweg die de verbinding uitmaat tussen het centrum en Kastel. ( de Karmel, die we er nu aantreffen, was blijkbaar op dat moment nog niet opgericht ) Die nemen we links en tussen de akkers der tuinbouwers gaan we nu voorbij het oud gekend Sint-Jozefskapelleke tot aan het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw ter Kramp. Juist na dit laatste nemen we de veldweg die regelrecht op de Scheldedijk uitkomt. Beklimmen we deze en draaien we ons om. Van op deze verhevenheid hebben we een mooi gezicht op geheel de omgeving met haar intensieve groententeelt en in de verte de serres van het gehucht Kastel, vooral gekend om zijn vroege groenten. Gaan we nu verder rechts in de richting van de Kil. Hier treffen we een klein ankerplaats aan waar soms een binnenschi en enkele pleziervaartuigjes gemeerd liggen. De Schelde maakt hier kort na elkaar enkele scherpe bochten in de richting Baasrode. Van hieruit verder kuieren in de richting Dendermonde boven op de brede geasfalteerde dijk, met mooie vergezichten op de Roggeman, een oude Schelde-arm, nu een paradijs voor vissers (al een tijdje is dit niet meer het geval, de Roggeman is een natuurgebied geworden, en er mag niet meer gevist worden ).

Aan de metaalwerkhuizen Stokota ( ondertussen reeds geruime tijd verhuisd naar Lokeren ) dalen we de dijk af en nemen de straat rechts, de Kaaiweg (nu Killestraat). Na een korte bocht slaan we tegenover het huis nummer 48 de Sint-Baafswijk in en komen zo juist naast de kerk terug op de Dorpsplaats.

Onze tocht is hier ten einde. Hij ging door een gebied, grotendeels bestemd voor passieve recreatie en een uitgesproken landbouwgebied, waar de mens zich opgenomen en één voelt met de hem omringende natuur. In dit landschap leert de mens echt de waarde kennen van alles wat hem omringt. Daarom dient dit uniek Scheldegebied beschermd te worden tegen alle invloeden die het zou kunnen schaden of een andere bestemming geven dan deze waarvoor het eigenlijk het meest geschikt is.

© VVV-Moerzeke (Werner Laget), waarschijnlijk geschreven ergens in de jaren zeventig, waarschijnlijk vlak na de fusie van 1976.

Aanvulling 1 : Kasteel van Moerzeke

(deze tekst stond in Haminfo, 13de jaargang, nr5, september-oktober 2009)

Het kasteel gaat terug op de site met walgrachten van een feodaal hof, zijnde het verblijf van de lokale heer van de heerlijkheid Moerzeke. In de 13de eeuw wordtde eerste bezitter van de heerlijkheid al aangetroffen die de tiel Heer van Moerzeke draagt. In de 14de eeuw bezat Gerard van Grimbergen een woonplaats te Moerzeke die als kasteel werd omschreven.
Op een oude kaart van Moerzeke van 1571 is in de omgeving van het huidige kasteeldomein een eerder bescheiden gebouw getekend In 1608 is er dan weer sprake van een ‘kasteel met landerijen’. Volgens Lindanus(1612) waren de gebouwen toen nog en ruïne. Volgens A. Sanderus liet Karel van der Borch, heer van Moerzeke (1625-1648), op de puin van het verwoeste kasteel van de Heren van Moerzeke een nieuw kasteel oprichten. Van dit kasteel zijn afbeeldingen bewaard die u op Open Monumentendag 2009 ter plaatse zal kunnen bewonderen !
Op 16 juni 1775 werd jonkheer Emmanuel Augustijn Van den Meersche (1714-1791), heer vab Berlare en Bareldonk, eigenaar van de heerlijkheid Moerzeke en meteen ook van het heerlijke kasteel. In 1796 werd het kasteel eigendom van Maurice de Nieulant. Zijn zusters stichten er een klooster van zusters van Sint-Vincentius, gespecialisserd in naaldkant. De nonnen hadden immers in het dorp kennis gemaakt met de plaatselijke kloskant, die onderwezen werd aan ruim 80 leerlingen in twee klasjes. Hun productie, de ‘point de Valenciennes’, werd verkocht aan handelaars van ver buiten de gemeente.
Bij de openbare verkoop van het domein in 1935 werd het kasteeldomen eigendom van de zusters van Sint-Vincentius a Paulo met klooster te Wichelen en Moerzeke, dit onder impuls van het Priester Poppecomité, met het doel er een retraitehuis en rustoord in onder te brengen. Sinds 2001 is het kasteel en het grootste deel van het park in het bezit van de ‘Broeders van Liefde vzw’ en huisvest een scholasticaat, een vormings- en bezinningscentrum.
De Congregatie van de Broeders van Liefde werd gesticht in 1807 door Petrus Jozef Triest. De eerste Broeders starten op 28 december 1807 hun zorgen voor de oude mannetjes in de Bijloke. De congragatie geeft aan jonge broeders (en leken,zusters,….) in België (ook in Moerzeke) de nodige vorming met de mogelijkheid van een diploma of getuigschrift te behalen. Dit zowel op het vlak van de spirtualiteit als op een meer professioneel vlak zoals psychiatrische verpleger, enzovoort…..
Na 1, 2, 3 of meer jaren kunnen zij dit dan in de praktijk brengen in de instituten in hun eigen land. Voordelen : zij kennen de mentaliteit van zorgdrager en kunnen de technische en professionele kwaliteiten biden die nodig zijn om deze mensen echt te helpen met daar bovenop ook de geestelijke drijfkracht om de armen te helpen uit de liefde tot God.

© Haminfo, tweemaandelijks tijdschrift van de gemeente Hamme

(wordt vervolgd)

Eén reactie

  1. Gisteren 11 mei 2009 bezochten wij het domein. Het ‘kasteel’ blijkt nu bewoond te zijn door de Broeders van Liefde.
    De informatie hierboven blijkt dus achterop te zijn.
    Vraag: Is de priester-Poppekapel een ‘kopie’ van de kapel/kerk die op de wereldexpo van 1958 stond ?

Reageer